Hij zal zijn eerste ontmoeting met de aidspatiënte nooit vergeten. Hij kwam haar tegen in een ziekenhuis. De vrouw lag, ongekleed maar bedekt, op een bed. Ze was heel ernstig ziek en leed vreselijke pijnen. Paulus kon geen woorden vinden om haar te troosten. ,,Al mijn opleidingen en ervaring waren op dat moment verdwenen, nutteloos. Ik vroeg haar het domste wat je op dat moment kunt vragen: lijdt u pijn? Ze stelde een wedervraag: ‘Word ik beter?’Daarna ben ik machteloos zwijgend weggelopen. Op de trap werd ik aangesproken door een arts, een hindoe. Hij vroeg mij of wij, als christenen, iets voor de aidspatiënten wilden betekenen. ‘Alleen christenen doen dit soort werk’, zei hij. Vanaf dat moment besefte ik dat God wilde dat ik met aidspatiënten ging werken.’’
,,We besloten dat we bewogen met deze mensen wilden worden’’, zegt Paulus. ,,Tot die tijd waren we dat niet. We zijn daarom de mensen gaan bezoeken. Gewoon wat tijd met ze doorbrengen. Heel eenvoudig, maar zo belangrijk.’’ Paulus wil de hulp aan slachtoffers van HIV/aids in de toekomst uitbreiden, en werkt hard aan plannen om dat te bereiken. Hij doet dat in zuidelijk India, waar God hem aan het werk heeft gezet. De ziekte de wereld uit helpen is een te groot doel, zegt hij. ,,Laten we maar beginnen met aandacht en ontferming. Dat is een heel goed begin.’’
Terug