NIEUWS

 

Vrijwilligers
Kids
Jongeren
Uw school
Uw kerk
Uw bedrijf

Nieuws van Red een Kind



De wetten van het Verkeer - column Christelijk Weekblad

20 november 2009 - Het straatbeeld in een ontwikkelingsland is ronduit fascinerend. De straat als het ogenschijnlijk ultieme chaotische domein, met die onafgebroken stromen van naar alle kanten bewegende mensen en verscheidenheid aan voertuigen, die naar het lijkt altijd muurvast in een file staan.

Naar mijn inzicht lijkt de chaos grotendeels vermijdbaar, en dus voedt het dat latente westerse superioriteitsgevoel. Tegelijkertijd is het een aanwijzing dat je de situatie niet echt doorgrondt. In landen of gebieden waar sprake is van dat dynamische proces dat we ontwikkeling noemen kun je aan het straatbeeld aflezen hoe de maatschappij functioneert: chaotisch en met een vitale overlevingsdrang.

Een raar woord is dat eigenlijk: ont-wikkelen. Zoiets als de verpakking eraf halen en gaandeweg bemerken welke verrassingen het allemaal in petto heeft. Een proces met veel surprises in de meest letterlijke zin van het woord. Sommigen horen in de categorie ‘nooit verwacht en toch gekregen’, maar anderen kun je missen als kiespijn.
Ondanks verwoede pogingen in onze maatschappij om alles te kunnen beheersen, inclusief ingewikkelde ontwikkelingsprocessen in verre buitenlanden, kom ik steeds weer tot de conclusie dat maakbaarheid een frivole gedachte van verwende mensen is, slechts een virtuele werkelijkheid. Wat mij betreft kunnen we van het straatbeeld in een ontwikkelingsland leren: plannen maken is goed en rekening houden met het onverwachte is beter. Het behoedt je voor veel problemen en daarmee gepaarde gaande ergernis en frustratie. Ik noem dat de eerste Wet van het Verkeer.

Eigenlijk is het straatbeeld een metafoor voor de ontwikkeling van een land. De snelle gemotoriseerde jongens en de kreupele bedelaars, de airconditioned touringcar en de luchtige koeienkar, stinkende ronkende vrachtwagens en schone stille handkarren, behendige tuktuk-chauffeurs en zich in het zweet zwoegende riksjarijders en lopers, mensen op de bok zittend of mensen die van de benenwagen bedienen, de laatsten vaak beladen als lastdieren. Een potpourri van luid claxonnerende, opgewonden standjes, luidruchtige straatverkopers, en zwijgende strakke koppen met zwetende ruggen, die alle energie voor hun benen nodig hebben. Voor je ogen ontrolt zich een tableau vivant waarin alle standen en klassen van de maatschappij voorbijtrekken en hun onderlinge verhoudingen zichtbaar worden. Je hoeft geen marxist te zijn om dat te zien. Zoals het op straat gaat, zo is ook de maatschappij georganiseerd. Dat is mijn tweede Wet van het Verkeer.

Een andere conclusie die uit het straatbeeld kunt trekken is de ongelijke mate waarin burgers bijdragen aan het ontstaan van problemen, die vanzelfsprekend niet uitblijven. Opstoppingen, regelrechte verkeersinfarcten, smog en andere smerigheid hebben inmiddels in veel ontwikkelingslanden (en niet alleen daar) extreem ongezonde vormen aangenomen. De infrastructuur en de omgeving zijn niet berekend op een zo’n explosie van menselijke en mechanische activiteit. Je kan vaststellen dat mensen in grotere en snellere vervoermiddelen vele malen meer bijdragen aan de problemen als files, vervuiling, lawaai, ongelukken, welvaartsziekten (ook in de ontwikkelingslanden wordt een deel van de bevolking daarmee geconfronteerd) dan zij die voor hun mobiliteit van eigen lichamelijke inspanning afhankelijk zijn. In de praktijk is echter de laatste groep meestal wel het haasje. De zich in het zweet ploeterende mensen ondervinden de kwalijke gevolgen van door anderen veroorzaakte ellende. Met andere woorden, de grote wereldproblematiek als gevolg van de ongelijke verdeling tussen rijk en arm, vind je in een notendop terug in het straatbeeld van een ontwikkelingsland. Dat is de dus derde Wet van het Verkeer.

Nog één observatie wil ik u niet onthouden. In het straatbeeld nemen de problemen toe, naarmate de snelheid en omvang van de voertuigen toenemen. Snelheid en omvang kan echter niet iedereen zich permitteren, daar komt een dikke portemonnee aan te pas. Een moderne koets met airco vergt meer paardenkracht dan een paard en wagen, laat staan een fietser of voetganger. Daarom is de verantwoordelijkheid van de gebruiker van een motorvoertuig groter dan van de weggebruiker die eigen spierkracht benut. Als je door – meestal prettige – omstandigheden meer verantwoordelijkheid hebt gekregen, wordt er meer van je verwacht. Dat is in onze maatschappij toch ook zo? De publieke opinie is daar de laatste jaren volstrekt duidelijk over. Dan kan er toch niets op tegen zijn om ons ook op wereldschaal daaraan te houden? De vierde Wet van het Verkeer dan maar?

Leo Visser, directeur van de christelijke ontwikkelingsorganisatie Red een Kind