Klimaatverandering verergert hongerprobleem in Afrika
Afrika, het continent dat het meest geplaagd wordt door honger en voedseltekorten, zal het in de toekomst vermoedelijk nog zwaarder krijgen als gevolg van klimaatveranderingen en veranderende neerslagpatronen, zeggen wetenschappers.
Uit gegevens van het Duitse Instituut voor Meteorologie en Klimaatonderzoek blijkt dat de neerslagpatronen in Afrika sinds het begin van de jaren tachtig substantieel veranderen, met name in West-Afrika. Harald Kunstmann, directeur van het instituut, zegt dat in de Sahel de droogte die in de jaren zeventig en tachtig begon, niet radicaal veranderd is. In de Voltadelta (Ghana) bleef de jaarlijkse neerslag nagenoeg gelijk, maar het neerslagpatroon werd veel grilliger. Zo werd het regenseizoen in de afgelopen veertig jaar steeds korter. Ook begint het seizoen tegenwoordig zo'n dertig dagen later. "Hogere gemiddelde temperaturen zorgen voor een hogere luchtvochtigheid", zegt Kunstmann. "Dat heeft intensievere regen tot gevolg, maar ook snellere verdamping en condensatie. Er ontstaan vaker overstromingen en droogteperiodes duren langer en zijn intensiever." LandbouwVoor de landbouw heeft dergelijk onvoorspelbaar weer dramatische consequenties. Overstromingen en droogtes vernielen akkers en abnormale weersomstandigheden zorgen voor gedwongen aanpassingen in het ritme van planten en oogsten.Namanga Ngongi, een boer uit Kameroen en voorzitter van de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA), zei tijdens een recente conferentie over landbouw en klimaat in Salzburg dat de klimaatverandering nu al een verwoestend effect heeft op de Afrikaanse landbouw. Hij wees vooral op de dramatische effecten van droogteperiodes en overstromingen, die de voedselproductie in gevaar kunnen brengen. Volgens de World Hunger Index van het International Food Policy Research Institute (IFPRI) in Washington nam de honger in negen Afrikaanse landen sinds 1990 sterk toe. Deze landen zijn de Democratische Republiek Congo, met een toename van 67 procent, Swaziland (32 procent), Guinee Bissau (19 procent), Zimbabwe (18 procent), Burundi (17 procent) en Liberia (16 procent). Egypte was in die periode het enige Afrikaanse land dat in staat bleek voedseltekorten en honger aanzienlijk te verminderen. Bij alle andere ontwikkelingslanden die op dat terrein succesvol bleken, ging het om Oost-Aziatische, Arabische of Latijns-Amerikaanse landen. Subsidies De Duitse niet-gouvernementele organisatie Welthungerhilfe noemt in zijn hongerindex eveneens de Democratische Republiek Congo als het land met de slechtste resultaten in de strijd tegen honger. Daarna komen Burundi, Eritrea, Sierra Leone, Tsjaad en Ethiopië. Behalve klimaatverandering en oorlog is ook slecht bestuur een oorzaak van honger, zegt Michael Windfuhr, van de kerkelijke organisatie Brot für die Welt. "Het overheidsbudget voor landbouw is in de afgelopen twintig jaar in de meeste Afrikaanse landen gereduceerd met ongeveer 50 procent. Ook de internationale samenwerking en ontwikkelinghulp ging zich minder bemoeien met lokale voedselproductie in ontwikkelingslanden." Verkeerd landbouwbeleid zorgde voor aantasting van de bodem in veel Afrikaanse landen, zegt hij. De bodem werd gevoeliger voor erosie en de opbrengsten daalden. "Tot overmaat van ramp zorgde gesubsidieerde export van landbouwproducten uit Europa en Noord-Amerika naar ontwikkelingslanden ervoor dat plaatselijke boeren hun producten niet meer kwijt konden." Dat een land als Brazilië er wel in slaagde de honger te bestrijden, komt volgens Windfuhr omdat het land arme boerengezinnen die kleinschalige landbouw bedreven, financieel heeft gesteund. "Brazilië is er tussen 2003 en nu in geslaagd twintig miljoen mensen uit armoede te halen", zegt hij. Daar staat tegenover dat Brazilië tropische bossen moeten plaatsmaken voor grootschalige landbouw, vooral voor de veehouderij.