Kayla en haar super-oma
29 mei 2009 - Oma Ruthy heeft een huisje van nog geen vijf vierkante meter. Maar ze woont er niet alleen. Hier wonen ook nog drie kleinkinderen: Kayla (14), Mosi (11) en Sam (3). Kayla en Sam slapen ’s nachts bij buren, want er is slechts plek voor één bed. Ruthy (72 jaar) is een super-oma. Ze doet wat duizenden grootouders in Rwanda doen: vadertje en moedertje spelen.
Rwanda – het land waaraan het begrip ‘genocide’ bijna vanzelfsprekend gekoppeld is. Ook na vijftien jaar zijn de sporen daarvan nog in vele families te zien. De ziekte aids doet daar een flinke schep bovenop: honderdduizenden kinderen en jongeren groeien zonder ouders op. In Rwanda is 73 % van de bevolking jonger dan dertig jaar! Op de straten zie je opvallend veel kinderen. Lang niet iedereen gaat naar school.
Ook Kayla heeft een paar jaar geleden moeten stoppen met haar basisonderwijs. De keus – geld voor onderwijs of voor voedsel – was snel gemaakt. De school lag eigenlijk ook te ver weg om het elke dag te kunnen belopen.
Intussen is Kayla gewend geraakt aan het werk op het land. Samen met haar oma ploegt ze de akkers van mensen in de buurt. Dat is zwaar werk. De stenen moeten één voor één uit de grond worden getrokken. Ze vraagt zich weleens af hoe haar oma dat ooit volhoudt. Maar ze hoort Ruthy nooit klagen.
Herkenning
Nee, oma gaat niet snel bij de pakken neer zitten. Integendeel. Sinds kort maakt ze één keer in de week tijd voor de SelfHelpGroep, die is opgezet met hulp van organisatie African Evangelistic Enterprise (AEE). Eerst begreep Kayla niet precies wat oma daar te zoeken had. Maar al snel begon ze een verandering te merken bij Ruthy. Nu Kayla zelf een paar keer is mee geweest, begrijpt ze beter hoe dat komt.
In de SelfHelpGroep proeft ze vooral veel herkenning. Herkenning van de zorgen die in oma’s ogen staan te lezen: ‘Waar halen we ooit het geld vandaan om de kinderen eten te geven? Hoe kunnen we ons werk doen als er thuis nog kleine kinderen rondlopen?’
Het is goed om te merken dat meer families met precies dezelfde zorgen rondlopen. En terwijl deze en andere vragen hardop worden gesteld, lijkt de oplossing opeens al een stuk dichterbij. Zo is het idee van een kleuterschool geboren. De kleine kinderen gaan daar overdag heen, zodat de ouders hun handen vrij hebben. Ze verdienen nu meer geld. Een deel daarvan is het salaris voor de leerkracht. Een ander deel wordt verdeeld over de families.
Ambacht
Naast het ploegen doet oma nu twee dagen in de week ander, lichter werk. Ze heeft haar oude ambacht weer opgepakt: het vlechten van draagmanden. Oma heeft aan drie vrouwen uit de groep laten zien hoe je zo’n mand maakt. Een paar andere vrouwen zorgen ervoor dat de manden in de omtrek worden verkocht. Ook dit brengt extra geld in het laatje voor de groep. Het sparen gaat langzaam maar zeker. Trots haalt Ruthy haar boekje tevoorschijn. Elke gespaarde cent staat er keurig in opgetekend. Het zal nog een tijd duren, voordat er iets aan haar huisje kan gebeuren, maar het begin is er.
Dromen
Zo wordt de horizon weer een heel klein stukje breder. Kayla betrapt zich erop dat ze weer begint te dromen, over school. En dat ligt niet eens zo heel ver buiten bereik. Er gaan geruchten over het opstarten van een catch-up-class. In zo’n klas wordt in drie jaar tijd lesstof voor zes jaar behandeld. Een pittig vooruitzicht, maar voor Kayla niet onhaalbaar. Ze weet zeker dat ze die kans met beide handen zou aangrijpen. Wie slaagt voor het examen, krijgt door de overheid drie jaar voortgezet onderwijs betaald. Stel je voor!
Daar staan ze weer naast elkaar op het land: oma Ruthy en haar kleindochter. Kayla werpt van opzij een blik op die oude, gebogen rug. Zwijgend en met een geroutineerd gebaar wrikt Ruthy de stenen één voor één los. Ja, er is echt iets veranderd aan de houding van oma. Er straalt wilskracht vanuit. Alsof Ruthy nu weet waarvoor ze het doet. Kayla bukt zich weer en gaat zachtjes neuriënd aan het werk.
Wilt u dit project steunen? Maak uw gift over naar giro 1599333 t.n.v. 'Rwanda', of
klik hier om te geven.