Explosief - column Leo Visser (Christelijk Weekblad)
12 mei 2009 - Een sloppenwijk is geen prettige woonplek. Opeengepakt in een stoffig of modderig en meestal stinkend oord delen mensen hun schaarse ruimte met talloze welig tierende beestjes. Elke keer ben ik vol bewondering als ik mensen keurig verzorgd uit de deur van hun schamele onderkomen zie komen.
Zoveel mensen op elkaar gepropt vormen een enorm explosief potentieel: in Kibera, de grote slum van Nairobi, wonen bijna een miljoen mensen op 2,5 vierkante kilometer! Er hoeft maar iets te gebeuren en dingen lopen uit de hand. Het sociale systeem staat continue onder spanning; de overheid, politie incluis, wordt gewantrouwd. Daarvoor is meer dan voldoende aanleiding; het recht is voor de armen vaak onbereikbaar.
Als formeel leiderschap faalt, staat informeel leiderschap op. Het netto effect telt nu eenmaal, maar de bijeffecten en dubbele agenda’s komen ongenodigd mee. Stedelijke sloppen functioneren anders dan het eigen plattelandsdorp, waar de traditionele dorpsstructuur duidelijkheid geeft en iedereen zijn plek weet.
Rachel is een intelligente jonge vrouw uit Kibera. Na een opleiding vond ze werk als secretaresse. Ook voor haar zijn het dure tijden. De voedselprijzen zijn zo hoog, dat vrijwel alle inkomen daaraan en aan huur opgaat. Samen met haar man en driejarig kind bewoont ze een mud hut van 10 vierkante meter, zonder faciliteiten. ’s Morgens leven ze op een glas thee met suiker. Pas aan het eind van de middag kan ze een eenzijdige maaltijd bereiden van ugali (een soort maïspap) en wat groente. Vlees en eieren zijn buiten bereik.
Zelf voelt ze zich bevoorrecht, omdat ze één echte maaltijd per dag kan voorzetten. Ze rekent me voor wat dat minimaal kost: alleen de maïs kost voor een klein gezin twee dollar per dag. Daar komen groente, olie, kruiden, melk en suiker bij en de kosten van huur en kleding. De helft van de huishoudens heeft niet eens zoveel geld beschikbaar. Mensen proberen te overleven op een paar bananen per dag. Honger en gebrek hebben een gevaarlijk destabiliserend effect.
Haar land- en leeftijdsgenoot Cosmose ontmoet ik in een hotel in een provinciestadje. Afkomstig uit een redelijk welgesteld gezin, zijn vader was spoorwegbeambte, konden de negen kinderen allemaal naar de middelbare school. Doorstuderen zat er echter niet in. Cosmose kreeg uiteindelijk een vaste baan in het hotel. In zo’n provinciestadje hoor je dan bij de absolute geluksvogels. Hij spaart voor z’n vervolgopleiding.
Elke keer als hij naar zijn dorp gaat, ziet hij daar de situatie achteruitgaan. De telkens terugkerende droogte, gecombineerd met het slechte economische en politieke klimaat hebben een rampzalig effect op de inkomensposities en voedselprijzen. ‘Ik ga maar niet te veel naar huis, iedereen komt op mijn spaarcenten af, maar ik kan mijn familie toch ook niet laten verhongeren’, schetst hij zijn dilemma. Hij zit gevangen in de klem van het overleven van zijn familie op de korte termijn en zijn studie- en werkideaal voor de lange termijn. De dagelijkse realiteit van honger op het platteland van Oost-Afrika leidt tot een negatieve spiraal.
Rachel en Cosmose, met hun vaste job, zijn bevoorrechte burgers. Maar de crisis treft naast mensen in diepe armoede, ook de groep die zich daaraan net ontworstelt. Dat heeft negatieve gevolgen voor de motivatie en leidt tot frustratie. De stemming in het land zakt, de spanning neemt toe. In deze onzekere tijden vormen je familie en je stam de enige bescherming waarop je kan terugvallen. Als de overheid faalt en rechtsbescherming ontbreekt, ontlaadt die spanning zich nogal eens langs de tribale breuklijnen.
Ondertussen spelen nationale politici het machtspel; macht is geld en dat wil je hebben. De internationale gemeenschap is druk bezig zichzelf uit het financiële moeras te trekken; geld is tenslotte macht en die wil je niet verliezen. Die groeiende crisis in de derde wereld is niet ons primaire probleem. Als de zaak ontploft zien we wel weer.
Als formele leiders op nationaal en internationaal niveau het laten afweten, trekken informele leiders op lokaal niveau hun eigen, vaak desastreuze plan. Na de ontploffing worden de brokstukken vervolgens weer ingepast in het grotere spel om macht en knikkers. Zo gaat dat nu eenmaal. De prijs wordt betaald door de oude en nieuwe armen. Maar wat gaat ons dat aan?
Leo Visser, directeur Red een Kind.
Wilt u een kansarm kind sponsoren? Kijkt u dan op www.redeenkind.nl/sponsorkinderen.